"Modemonitor 2024: Vlaming draagt kleding langer, maar worstelt met sorteren"

De meeste Vlamingen schenken hun onbeschadigde kleding het liefst aan organisaties (61%) of deponeren het in kledingcontainers (53%). 30% van de beschadigde stuks belandt bij het restafval. Dat blijkt uit de recentste Modemonitor van Thomas More-hogeschool die om de twee jaar het aankoopgedrag van kleding in Vlaanderen onderzoekt.

Sinds januari dit jaar verplicht Europa aan Europese lidstaten om textiel apart in te zamelen, en dus niet meer bij het huisvuil. Is de Vlaming daar klaar voor? Thomas More-onderzoeker Veerle Spaepen van Expertisecentrum Duurzaam Ondernemen en Digitale Innovatie legt uit: "Uit onze Modemonitor blijkt dat de Vlamingen klaar zijn voor de verplichte kledinginzameling, maar ze missen nog duidelijke richtlijnen. Wat bijvoorbeeld met een kledingstuk dat twee knopen mist? Of schoenen die een beetje versleten zijn maar wel nog draagbaar zijn? Vaak belanden deze nog bij het restafval.”

 

Gebrek aan informatie is grootste drempel

Veel Vlamingen weten niet goed waar ze hun kleding het beste kunnen inleveren of welke stukken geschikt zijn voor recyclage. We hebben nood aan informatie over hoe we correct textiel kunnen sorteren, vooral voor kleding die niet meer draagbaar is. 30% van de beschadigde kleding belandt in de vuilnisbak. De Modemonitor biedt enkele inzichten die een deel van de oplossing kunnen zijn:

  • Inzamelpunten zijn een ‘black box’

Iets meer dan de helft van de Vlaamse consumenten maakt al gebruik van kledingcontainers, maar ze schenken nog liever hun onbeschadigde kleding aan organisaties. “Zo weten ze waar hun kledij terecht komt en dat ze nog goed gebruikt zal worden. Bij containers stellen consumenten zich vaak de vraag wat er nog met de kleding gebeurt, zeker nu we ondertussen bekend zijn met de beelden van de kledingvuilnisbelten”, vertelt Veerle Spaepen.

Er is dus veel onduidelijkheid over welke containers betrouwbaar zijn. Lokale overheden spelen een sleutelrol in het certificeren van betrouwbare inzamelpunten, maar burgers vinden moeilijk de weg naar de juiste informatie via hun gemeente. “Misschien kan een universeel symbool, dat betrouwbare inzamelpunten aanduidt, of een app die je hierbij helpt, een deel van de oplossing zijn”, zegt Thomas More-onderzoeker Jolien Roedolf.

  • Extra inzamelpunt voor vervuild textiel?

Heldere richtlijnen over wat wel en niet thuishoort in textielcontainers kunnen het sorteren vereenvoudigen en de motivatie verhogen. Vervuilde kleding bijvoorbeeld zoals nat textiel of kleding met niet-verwijderde accessoires horen niet in een inzamelpunt. “Een extra inzamelpunt voor nat of vervuild textiel verlaagt misschien de kans dat ze het toch mee in de container gooien”, werpt Roedolf op.

  • Van afdanking naar hergebruik
De beste manier om kleding een tweede leven te geven, begint voordat je ze afdankt. Onze kleding langer dragen is dé gamechanger als we de afvalberg willen verkleinen.

Het is belangrijk om te benadrukken dat de beste manier om kleding een tweede leven te geven, begint vóórdat je ze afdankt. "Gelukkig zien we hier positieve evoluties", zegt Roedolf. "Steeds meer Vlamingen vinden de weg naar doorverkoopplatforms: in 2024 is dat al 25%, tegenover 16% in 2022. Het zogenaamde "Vinted-effect" lijkt dus duidelijk een rol te spelen."

Daarnaast brengt 11% van de mensen hun kleding terug naar winkels met een takeback-programma. Het is dan wel slim om even na te gaan of die winkels de kleding echt opnieuw verkopen. Initiatieven zoals die van Filou & Friends, Xandres en Supergoods tonen hoe het kan: ze controleren de kwaliteit van de binnengebrachte stuks en bieden een beloning aan klanten die hun kleding inleveren. Dat zijn goede signalen dat je kleding een tweede kans krijgt.

Ook opvallend: 30% van de Vlamingen draagt hun kleding tot die echt versleten is, tegenover 15% in 2022. Onze kleding langer dragen is dé gamechanger als we de afvalberg willen verkleinen. Door kleding te herstellen en zo lang mogelijk te gebruiken, stellen we het moment van afdanken aanzienlijk uit.

De verplichte inzameling sluit goed aan bij de bestaande gewoontes van Vlamingen om kleding te doneren via goede doelen of kledingcontainers. Toch blijft gerichte ondersteuning essentieel: duidelijke communicatie, voldoende toegankelijke inzamelpunten en sensibilisering zijn de sleutel tot succes. Op lange termijn blijft het verder stimuleren van tweedehands en herstel, om zo het moment van afdanking uit te stellen de grootste kanshebber om de kledingafvalberg te verkleinen. ​


Living Lab INFINITEX

Infinitex is een Living Lab van Thomas More dat gedurende drie jaar (2023-2025) nieuwe businessmodellen onderzoekt voor de waardeketen van circulair consumententextiel.

Binnen Infinitex testen en verbeteren we nieuwe businessmodellen: terugname en herverkoop, verhuur-, leen-en deelmodellen of diensten zoals sorting-as-a-service, washing-as-a-service en repair-as-a-service. Hierbij houden we expliciet rekening met de consument als cruciale schakel om deze business modellen te doen slagen. Infinitex is een project geïnitieerd door Thomas More, gesteund door VLAIO en in samenwerking met verschillende partners waaronder Flanders DC.

 

Onderzoek Modemonitor: raadpleeg de resultaten van Modemonitor 3 (n = 446) hier.

 

Wens je meer informatie of een interview, neem gerust contact op met ons:

Jolien Roedolf

Jolien Roedolf

Onderzoeker circulair ondernemen, Thomas More

Julie De Smedt

Wetenschapscommunicator Infinitex
Veerle Spaepen

Veerle Spaepen

Onderzoeker circulair ondernemen, Thomas More

 

 

 

 

Share

Persberichten in je mailbox

Door op "Inschrijven" te klikken, bevestig ik dat ik het Privacybeleid gelezen heb en ermee akkoord ga.

Over Thomas More Research

Binnen Thomas More-hogeschool doen we aan praktijkgericht onderzoek. Hiermee ontwikkelen we nieuwe kennis, inzichten en innovatieve producten of diensten. We passen wetenschappelijke kennis toe in specifieke professionele situaties en stimuleren op die manier innovatie bij bedrijven en in de maatschappij.