Thomas More-onderzoekers kweken de toekomst van ons eten."Durf te proeven!"

Had ik dit vroeger geweten, het had mijn leven veranderd."
Wat eet jij straks? Een boterham, een restje van gisteren, snel iets uit de diepvries? Stel jezelf die vraag eens over tien jaar. De kans is groot dat er iets op je bord ligt dat vandaag nog verrassend klinkt: een burger gemaakt van meelwormen, een reep met krekels, of een vloeibaar ontbijt dat als vers brood smaakt. Fantasie en utopie? Toch niet. Op de Innovatiecampus in Geel, waar Thomas More mee aan de kar trekt, wordt die toekomst nu al gemaakt. En gesmaakt.
Onderzoekers aan de expertisecentra van Thomas More Lieven De Maesschalck (Mobilab & Care) en Sabine Van Miert (Duurzame Biomassa en Chemie) kruisen elkaars pad steeds vaker. "En we willen dat nog meer doen", zegt Sabine overtuigend. Lieven vertrekt vanuit de zorg, Sabine vanuit de reststromen. "Die twee hoeken vullen elkaar eigenlijk perfect aan", vertelt Lieven. Wat ligt erover tien jaar op ons bord? Aan tafel met Sabine en Lieven.

De nood
Lieven zijn verhaal begon met een probleem. Een woonzorgcentrum klopte aan: mensen met slikstoornissen, te weinig handen, en toch de vraag naar iets vers, voedzaam en volwaardig. "Zo zijn we begonnen aan dat onderzoek. En dan spreek ik over 25 jaar geleden." Receptenboeken, klinische validatie, testen in woonzorgcentra. "We dachten: de kous is af. Maar niets was minder waar.”
Het klinkt simpel, maar is het niet. Een maaltijd voor wie moeilijk slikt moet veilig wegglijden én lekker zijn. Twee dingen die zelden samengaan. En ze moet elke keer exact hetzelfde zijn. "Een kok werkt met een klontje boter, een snuifje zout. Da’s nooit hetzelfde", duidt Lieven. Net dat mocht hier niet. Dus zocht hij standaardisatie en vond die uiteindelijk in microwavetechnologie.
Wat hem al die jaren dreef? “Impact! Omdat je ziet dat je het verschil maakt voor mensen." Hij haalt het voorbeeld aan van mensen die na een ziekenhuisopname tien kilo verloren en dat gewicht dankzij dit onderzoek terugwinnen. "Dat is nog nooit gezien. En dan zie je hoe dankbaar mensen zijn." Vooral bij kankerpatiënten blijft een reactie hem bij: "Had ik dit vroeger geweten, dan had het mijn leven veranderd." Vandaag ligt het resultaat van dat onderzoek in de winkel: een aangepast ontbijt in zes smaken.
(Lees verder onder de foto's)
De bron
Sabine nadert hetzelfde bord van de andere kant. "Bij ons ligt de focus op afval. Al mag ik dat woord eigenlijk niet gebruiken. Het gaat over niet gevaloriseerde reststromen." Haar onderzoeksgroep zet insecten en microalgen in als organismen die op die stromen groeien en ze omzetten in waardevolle bouwstenen: eiwitten, vetten, oliën. Voor voeding, voor veevoeder, voor technische toepassingen.
Alleen: insecten op ons bord blijven in onze westerse cultuur een moeilijke. "Vermoedelijk gaat dat ook een moeilijke blijven", zegt ze nuchter. Vandaar dat haar groep net zo goed naar de dierenvoeding kijkt. "Als we de eiwitten van soja kunnen inzetten voor mensen en insecten voor dieren, dan krijg je een shift." Iedereen wint, is de redenering. "Ik denk echt dat we het zo breed moeten zien."
Da's vies
Vijftien jaar geleden klonk een reep met krekels nog als sciencefiction. Nu ligt er eentje in de Delhaize. "Die reep zelf heeft ook een evolutie gemaakt", zegt Sabine. "In het begin was dat gewoon een reep. Nu is dat een lekkere reep." Daar zit de sleutel. De westerse consument wil geen pootjes zien. "Vermalen, in poeder verwerkt,… daar willen ze zich nog wel toe zetten. Maar als ze de pootjes zien, dan houdt het op."
Perceptie, dus. En dat is precies waar de twee werelden elkaar raken. Lieven ziet dezelfde weerstand in de zorg. "Het verschil tussen een zorgverlener en een patiënt is gigantisch. De zorgverlener zegt: dat ziet er niet uit. Tot ze het geproefd hebben. Dan komt de verwondering." Zijn mantra, in het labo en aan het bed: "Proef eens zelf wat je aan de mensen geeft."
Dat lekker even hard telt als veilig, ondervond Lieven samen met chef Jeroen Meus, met wie hij ooit een webinar maakte. "Had ik dit geweten toen mijn broer in Gasthuisberg lag", zei Meus hem. "Ik gooide maar iets in de blender, en dat was niet lekker. Dit wél." Precies daar draait het om. "Wij zijn niet commercieel. We zijn impactgedreven. Je doet het voor die ene eindgebruiker."
(Lees verder onder de foto's)
De campus als speeltuin
Hun 2 verhalen komen samen op één plek: de Innovatiecampus in Geel, waar volop wordt ingezet op 'future of food'. "Dat is geen toeval", zegt Lieven. Er wordt volop gebouwd. Het team van Sabine kreeg samen met KU Leuven het Praktijkcentrum Insecten goedgekeurd, waar landbouwers, onderzoekers en bedrijven insecten leren kweken en opschalen. En er is de NutriWave Hub, een pilootfabriek van 2,5 miljoen euro waaraan Lieven meebouwt. "Een mini-fabriekje waarin we al onze testen doen en waarin studenten kunnen meedraaien."
Voor beiden is dat studentenverhaal geen decor, maar de kern. "Studenten zijn geen hulpjes die gratis iets uitvoeren", zegt Lieven stellig. "Ze moeten iets zinvols kunnen doen, iets dat hen in hun carrière vooruithelpt." Bij hem lopen ze mee van voeding en diëtiek tot chemie, logopedie, verpleegkunde en biomedische labtechnologie. De een ontwikkelt een receptuur voor een specifieke doelgroep, de ander onderzoekt hoe honing de houdbaarheid verlengt.
Wat hij hen vooral ziet leren, is de waarde van een mislukking. "Mijn eerste onderzoek liep ook niet zoals gehoopt. Ik dacht: ik ben mislukt. Maar nee. Dat geeft je inzicht in een weg die je kunt afsluiten. Onderzoek levert altijd nieuwe kennis op." Een les voor het leven, vindt hij, die perfect past bij het levenslang leren waar Thomas More voor staat.
Bij Sabine klinkt hetzelfde. "Studenten worden ingeschakeld in een lopend project. Ze weten niet waar ze eindigen, niet of het lukt. En net dat vinden ze fijn: het gevoel deel uit te maken van iets dat iets kan worden." Haar groep laat studenten van voeding en diëtiek zelfs meedingen naar prijzen: vorig academiejaar met koekjes op basis van bierdraf. Opnieuw een reststroom. "Dan halen zij een vermelding binnen en krijgen wij zichtbaarheid. Dat werkt langs twee kanten." En het reikt verder dan de eigen aula's: samen met de lerarenopleiding maakt haar groep didactische pakketten rond duurzaamheid, insecten en algen, klaar voor gebruik in de klas. "Zo bereiken we ook de leerkrachten die het verhaal straks verder brengen."
Er is nog een reden waarom het telt. "De voedingsindustrie is de grootste sector in Vlaanderen", zegt Lieven. En studenten zijn voor hem de beste ambassadeurs: "Om die impact én die kennis uit te dragen en zo iets aan de maatschappij terug te geven."
En dus?
We keren terug naar dat bord in 2035. Verdwijnt het vlees? "Het blijft", denkt Sabine. "Maar minder. Naast alternatieven. Een hamburger die niet meer uitsluitend vlees is, maar half meelworm of kikkererwt." Geen utopie, maar gewoon: een groter aanbod, andere ingrediënten, meer keuze.
Voor allebei draait het om keuze. "Het mag niet opgelegd zijn", benadrukt Sabine. "Vanaf het moment dat je iets verplicht, haken mensen af. Het moet uit vrije nieuwsgierigheid komen." Lieven knikt. "Weet wat je eet. En sta open. Durf te proeven." Het is het kind in hem dat blijft vragen: waarom dit, waarom dat.
Dus, terug naar onze beginvraag: wat eet jij straks? Een reep met krekels, een burger gemaakt van meelwormen, een vloeibare boterham? Wie weet - dankzij een Thomas More-student. Wijs het in elk geval niet meteen af. Proef eerst. De verwondering komt vanzelf. En hopelijk ook de goesting!
.jpg)
.jpg)
.jpg)





